pic4
 

Verwijzers

Wat is dyslexie?

Dyslexie betekent letterlijk: niet goed kunnen lezen. De term komt uit het Grieks. Dys = niet goed functioneren, beperkt, en lexis = taal of woorden. Officieel wordt dyslexie aangeduid als (definitie Stichting Dyslexie Nederland): "Een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau."

We spreken van dyslexie als iemand problemen ervaart met lezen, met spelling, of met beiden. Hardnekkigheid is een belangrijk kenmerk van dyslexie (dit wil zeggen dat de problemen blijven bestaan, ondanks extra hulp).

Bij dyslexie gaat lezen en spellen (schrijven), gezien de leeftijd en het onderwijsniveau, veel te moeizaam, waarbij dit niet verklaard kan worden vanuit de intelligentie.

Wat zijn signalen voor dyslexie?

Alleen via een uitgebreid diagnostisch onderzoek kan worden vastgesteld of een kind dyslectisch is. Toch zijn er wel een aantal signalen die mogelijk kunnen wijzen op dyslexie:

Kleuterleeftijd/groep 3:

  • Moeite met het onthouden van de namen van kleuren, de dagen van de week of cijfers
  • Moeite met het onthouden van rijmpjes-versjes-liedjes
  • Moeite met letters herkennen
  • Het kind kan aan het begin van groep 3 nog geen korte woordjes lezen
  • Het kind blijft langer dan andere kinderen de woordjes spellen
  • Het kind maakt bij het lezen veel raadfouten of leest erg langzaam
  • Het kind heeft een hekel aan hardop lezen

Basisschool:

  • Opvallend veel moeite met lezen
  • Het kind maakt meer spelfouten in het schrijfwerk dan leeftijdgenoten
  • Moeite met het leren van de tafeltjes bij rekenen
  • Moeite met het onthouden van de maanden van het jaar
  • Moeite met links-rechts onderscheid
  • Moeite met leren klokkijken
  • Moeite met het leren van topografie
  • Woordvindingsproblemen
  • Slordig handschrift
  • Dyslexie komt vaker voor in de familie

Wat wordt er bedoeld met het Protocol Leesproblemen en dyslexie?

Iedere school gebruikt het Protocol Leesproblemen en dyslexie om leerlingen met eventuele dyslexie te volgen/toetsen en vroegtijdig op te sporen. Het Protocol Leesproblemen en Dyslexie geeft adviezen aan scholen hoe zij kinderen met leesproblemen kunnen begeleiden en ondersteunen. Ruim de helft van de kinderen gaat met deze hulp snel en goed vooruit. Is er ondanks extra hulp toch geen vooruitgang (of te weinig vooruitgang), dan kan er sprake zijn van (ernstige) dyslexie en is het raadzaam een dyslexieonderzoek te laten verrichten.

Wat wordt er bedoeld met de Vergoedingsregeling dyslexie?

Sinds 1 januari 2015 is het onderzoek en de behandeling van ernstige dyslexie opgenomen in de wet jeugdzorg bij alle gemeenten. Dit betekent dat ouders, via de school, hun kind met het vermoeden van ernstige dyslexie bij de gemeente kunnen aanmelden. Door het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs wordt dan beoordeeld of het kind in aanmerking komt voor deze vergoedingsregeling. Enkel als dit Samenwerkingsverband Passend Onderwijs het leerlingendossier van het kind goedgekeurd, krijgen ouders een verwijzing van het CJG (Centrum voor Jeugd en Gezin). Na het afgeven van de zogenaamde beschikking kunnen ouders hun kind aanmelden bij een praktijk met een contract bij die gemeente. "Van A tot leZen" is zo'n erkende praktijk en voldoet aan de hoge kwaliteitseisen. Wij hebben contracten met alle gemeenten in onze regio.

De gemeenten hebben aan de onderzoeken (en behandelingen) van dyslexie wel strenge toelatingseisen gesteld. De onderzoeken en behandelingen zijn alleen bedoeld voor kinderen met de meest ernstige vorm van dyslexie (ongeveer 3,5% van de schoolpopulatie). Daarom is bij het aanmelden een uitgebreid en nauwkeurig verslag van de school essentieel. De school moet namelijk met behulp van ten minste 3 testscores en herhaalde handelingsplannen aantonen dat het kind langere tijd, ondanks extra hulp, in het laagste niveau (E-score ofwel V- score) blijft scoren. Verder geldt er een leeftijdgrens: alleen kinderen tussen de 7 en 13 jaar kunnen worden aangemeld. Het onderzoek/de hulp moet daarbij aangevraagd zijn als het kind nog op de basisschool zit. Kinderen die op het Voortgezet Onderwijs zitten komen niet in aanmerking voor deze regeling.

Wanneer kan school een kind doorverwijzen voor onderzoek?

U kunt een leerling doorsturen voor de vergoedingsregeling wanneer de leerling tot de zwakste 10% behoort wat betreft lezen of wanneer de leerling tot de zwakste 16% op lezen én de zwakste 10% op spelling behoort.

Concreet betekent dit dat leerlingen met een E-score (V- score) op lezen en leerlingen met een lage D-score (V score) op lezen én een E-score (V- score) op spellen kunnen worden doorgestuurd voor verder onderzoek/behandeling. Voorwaarde hierbij is dat de achterstand is vastgesteld op minimaal drie opeenvolgende meetmomenten en na aanbod van extra zorg of specifieke interventies. Er moet systematisch en intensief hulp zijn geweest (minimaal twee interventieperioden) en de school moet een leerlingendossier hebben gemaakt waarin staat beschreven hoe die hulp is verlopen.

Deze criteria zijn een vertaling van de twee belangrijkste kenmerken om in aanmerking te komen voor vergoeding van diagnostiek. De school moet met voldoende bewijs, vastgelegd in het leerlingendossier, het vermoeden van dyslexie onderbouwen op basis van twee kenmerken:

  • specifieke uitval op lezen en/of spellen in voldoende ernstige mate
  • didactische resistentie

Een voorbeeld van een format waarin de school de gegevens van een leerling kan aanleveren, is te vinden op deze site, onder het kopje "downloads". De school kan uiteraard ook een eigen format hanteren.

Als een kind niet in aanmerking komt voor de vergoedingsregeling, is dan een onderzoek naar dyslexie niet mogelijk?

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen dyslexieonderzoek binnen de vergoedingsregeling (vergoed door de gemeente) en dyslexieonderzoek buiten de gemeente om.

Als er geen aanwijzingen zijn voor ernstige enkelvoudige dyslexie, wil dit niet zeggen dat er geen sprake is van dyslexie bij een kind. Het kan zijn dat er wel sprake is van dyslexie, maar alleen geen ernstige enkelvoudige dyslexie. Als er wel aanwijzingen zijn voor dyslexie, maar niet voor ernstige enkelvoudige dyslexie is nader onderzoek zeker aan te raden. Er moet dan alleen rekening worden gehouden dat het onderzoek niet door de gemeente wordt vergoed. In het laatste geval dienen ouders zelf voor de kosten van het onderzoek zorg te dragen. Voor meer informatie over de mogelijkheden hierbij, kunt u contact opnemen met Praktijk ABC te Etten-Leur of OPPB te Roosendaal.

Wat wordt bedoeld met “enkelvoudige” dyslexie?

De vergoedingsregeling geldt voor leerlingen met ernstige, enkelvoudige dyslexie. ‘Enkelvoudig’ betekent dat er bij de leerling naast dyslexie geen sprake is van een of meer andere (leer)stoornissen. (Dit wordt ook wel comorbiditeit genoemd.) Het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling geeft aan dat het bij comorbiditeit gaat om stoornissen die bovengemiddeld vaak samen met dyslexie voorkomen (denk bv. aan ADHD of autisme). Een dergelijke stoornis hoeft geen gemeenschappelijke oorzaak te hebben met dyslexie, maar heeft wel een negatieve invloed op de prestaties op het gebied van lezen en spellen van de dyslectische leerling. De stoornis heeft dus wel een zekere relatie tot de dyslexie en/of leervaardigheden; een gebroken been wordt niet gezien als comorbiditeit. Het is aan de diagnosticus (een gedragswetenschapper) aan de zorgkant om te bepalen of er sprake is van comorbiditeit.

In sommige gevallen is het toch mogelijk om in aanmerking te komen voor vergoeding. In de Richtlijn Comorbiditeit van het Nationaal Referentiecentrum Dyslexie (NRD) en het Kwaliteitsinstituut Dyslexie (KD), die per oktober 2012 als bijlage is opgenomen bij het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling, staat dat een kind dat een bijkomende stoornis heeft in aanmerking kan komen voor vergoeding als de andere stoornis niet (meer) belemmerend is voor dyslexieonderzoek.

Als de comorbide stoornis wel belemmerend is voor dyslexieonderzoek en/of -behandeling, dan komt het kind in eerste instantie niet in aanmerking voor vergoeding en wordt geadviseerd eerst de comorbide stoornis te laten behandelen. Dit kan bijvoorbeeld middels therapie of medicatie. Zowel Praktijk ABC als OPPB kunnen deze therapie bieden. Het is de diagnosticus die beoordeelt of de bijkomende stoornis belemmerend is voor dyslexieonderzoek en -behandeling.

Alle behandelaren die zijn aangesloten bij een van de twee kwaliteitsinstituten (NRD of KD) werken volgens deze nieuwe richtlijn comorbiditeit. "Van A tot leZen" werkt vanzelfsprekend ook volgens deze nieuwe richtlijnen.

Wat wordt verstaan onder “ernstige” dyslexie?

Het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling (voor de Zorg) noemt criteria op basis waarvan de ernst van de dyslexie kan worden vastgesteld. Het is aan de diagnosticus (een gedragswetenschapper) aan de zorgkant om te bepalen of er sprake is van ‘ernstige’ dyslexie.

Er is sprake van (mogelijke) ernstige dyslexie als een kind 3 keer achter elkaar een E-score (V- score) behaalt op lezen, OF 3 keer een E-score (V- score) behaalt op spelling + 3 keer een D/E ((V- score of V score) score behaalt op lezen.

Waarom komen kinderen met alleen ernstige dyslexie in aanmerking voor vergoede behandeling?

De vergoedingsregeling richt zich op de leerlingen die de meeste hinder ondervinden van hun problemen met het lezen en/of spellen bij het volgen van onderwijs. Het gaat om leerlingen waarbij sprake is van een forse achterstand in de ontwikkeling van het lezen en/of spellen, maar waarbij ook gerichte, extra begeleiding op school onvoldoende verbetering oplevert. Deze groep van kinderen met een vermoeden van ernstige dyslexie is het meest gebaat bij diagnostiek en eventueel behandeling. Het is aan de diagnosticus om te bepalen of er sprake is van ‘ernstige’ dyslexie.

Heeft een leerling met vermoeden van dyslexie en ADHD recht op vergoede behandeling?

Lees hierover meer bij het antwoord van de vraag: wat wordt bedoeld met “enkelvoudige” dyslexie?

Wat moet de school aanleveren in het leerlingdossier?

Het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs stelt dat het leerlingdossier minimaal moet bevatten:

  • basisgegevens uit het leerlingvolgsysteem;
  • een beschrijving van het lees- en spellingprobleem;
  • signalering van het lees- en spellingproblemen: datum, toets (criteria, score), afgenomen door…;
  • omschrijving van de extra begeleiding (doelen, duur, inhoud, organisatievorm, begeleider);
  • resultaten van de extra begeleiding en beschrijving van gebruikte toetsen en normering;
  • vaststelling van toenemende achterstand ten opzichte van de normgroep, met vermelding van gebruikte toetsen en normcriteria;
  • argumentatie voor het vermoeden van ernstige dyslexie: aantonen van didactische resistentie na geboden begeleiding van voldoende intensiteit en kwaliteit;
  • indien bekend, vermelding en beschrijving van eventuele andere (leer)stoornissen. Indien de stoornis niet belemmerend is voor de dyslexiebehandeling, dan dient dit onderbouwd te worden door een deskundige (zoals een kinderarts, psycholoog of orthopedagoog);
  • het dossier wordt getekend door de directeur van de school, namens het bevoegd gezag.

Heeft een kind met een dyslexieverklaring automatisch recht op een vergoede behandeling?

Nee. Een dyslexieverklaring betreft een vaststelling van dyslexie, maar niet per definitie van ernstige, enkelvoudige dyslexie. Dat betekent dat ook voor kinderen die al een dyslexieverklaring hebben, geldt dat de diagnosticus moet bepalen of er sprake is van ernstige, enkelvoudige dyslexie zoals bedoeld in het kader van de vergoedingsregeling. Dit kan betekenen dat er aanvullend diagnostisch onderzoek nodig is. Dit aanvullende onderzoek wordt vergoed vanuit de gemeente. Alleen wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden van de vergoedingsregeling, kan er sprake zijn van vergoeding van de behandeling.

Wordt de diagnostiek wel vergoed als een leerling niet ernstig, enkelvoudig dyslectisch blijkt te zijn?

Ja. Als er voldaan is aan de voorwaarden van de vergoedingsregeling, maar als uit nader onderzoek blijkt dat er geen sprake is van ernstige, enkelvoudige dyslexie, dan wordt wel de diagnostiek vergoed, maar niet de behandeling.

De regeling kent twee belangrijke beslismomenten voor de vergoeding.

  • Als eerste beoordeelt het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs of het leerlingdossier van de school het vermoeden van ernstige dyslexie voldoende onderbouwt. Als dit het geval is, kan vergoede diagnostiek plaatsvinden.
  • Als vervolgens uit de diagnostiek blijkt dat er sprake is van ernstige, enkelvoudige dyslexie, dan kan er ook vergoede behandeling plaatsvinden.

Hoe werkt een dyslexiebehandeling?

Een standaardbehandeling varieert tussen 12 en 18 maanden, overeenkomend met 40 tot 60 behandelingen. De behandelsessies vinden wekelijks plaats, ondersteund door oefeningen thuis. Zowel aan ouders als aan school wordt gevraagd om mee te helpen bij het oefenen door het kind. Ouders wordt gevraagd of zij 4 keer per week (ongeveer 10-20 minuten per dag) het huiswerk willen oefenen. School wordt gevraagd of ze 2 keer per week het kind ruimte willen geven om te oefenen. Het oefenen is zeer belangrijk, zodat de behandeling de meeste kans van slagen heeft.

De behandelaars staan onder supervisie van een GZ-psycholoog. Deze volgen de behandeling en zijn eindverantwoordelijk voor de evaluaties van het proces en eventueel bijsturing ervan. Na 13, 26 en 52 weken wordt met ouders (en school) de behandeling geëvalueerd.

Mag de behandeling onder schooltijd plaatsvinden?

De behandeling van ernstige, enkelvoudige dyslexie geldt als geoorloofd verzuim, waarvoor de school vrij mag geven. Het kind mist schooltijd, maar krijgt individuele specialistische zorg waardoor het onderwijsrendement groter kan worden.

De school is echter niet verplicht om kinderen tijdens schooltijd vrij te geven. De verantwoordelijkheid voor het verzuim ligt zowel bij de ouders als bij de school. Goed overleg tussen ouders en school en redelijkheid vanuit beide partijen zijn hierbij belangrijk.

Voor de duidelijkheid is het aan te bevelen dat de school beleid formuleert dat past bij de situatie van de school en dit beleid in de schoolgids opneemt.

Wat wordt er van ouders verwacht tijdens de behandeling?

De behandeling kan alleen succesvol zijn als zowel het kind als de ouder gemotiveerd is. Het kind oefent onder begeleiding van een oefenpartner. Meestal is dit een ouder. Het is noodzakelijk dat het kind 4 keer per week oefent. De duur van het oefenmoment per keer is 15 tot 20 minuten. Uw kind krijgt hiervoor helder omschreven oefenopdrachten voor thuis mee. Aan het eind van iedere behandeling krijgen ouders een korte uitleg over de nieuwe huiswerkopdrachten.

Hoe worden leerlingen die gedoubleerd hebben beoordeeld?

Bij doubleren telt de (didactische) leeftijd door. Voorbeeld: normaal heeft een leerling eind groep 4 een didactische leeftijd van 20 maanden. Is de leerling in groep 3 of 4 een keer blijven zitten, dan is de didactische leeftijd 30 maanden. Laat deze leerling de toets voor E4 maken, want de spellingcategorieën van groep 5 heeft hij nog niet gehad. De vaardigheidsscore van deze leerling, niet de ruwe score, wordt omgerekend met de normtabel van E5, die aansluit bij zijn didactische leeftijd. Dit kan omdat spellingtoetsen uit het Cito-LOVS dezelfde onderliggende spellingvaardigheid meten.

Kan een kind een dyslexieverklaring krijgen als het alleen spellingproblemen heeft?

Ja, dat kan, maar niet als een kind onder de vergoedingsregeling vanuit de gemeente valt. Als een kind hieronder valt worden er strengere eisen gesteld en gaat men alleen tot vergoeding van dyslexieonderzoek en behandeling over als er sprake is van zowel spellings- als leesproblemen.

Het is dus belangrijk onderscheid te maken tussen het stellen van de diagnose dyslexie binnen of buiten de vergoedingsregeling. Lees meer bij het antwoord op de vraag “Als een kind niet in aanmerking komt voor de vergoedingsregeling, is dan een onderzoek naar dyslexie niet mogelijk?”

Als een kind alleen spellingproblemen heeft en intensieve spellingtraining heeft geen effect, dan kan het dysorthografie (=spellingstoornis) hebben. Ook kan er iets anders aan de hand zijn, bijvoorbeeld een algeheel werkgeheugenprobleem of ADHD.

Hoe lang is een dyslexieverklaring geldig?

Een dyslexieverklaring heeft een onbeperkte geldigheidsduur. Eenmaal dyslectisch is altijd dyslectisch. De in de verklaring opgenomen belemmeringen en de indicatie voor hulp die daarop gebaseerd is, zullen doorgaans wel in de loop van de jaren bijgesteld moeten worden.

Waar kan ik meer informatie vinden over dyslexie?

Steunpunt Dyslexie

Masterplan Dyslexie

Stichting Dyslexie Nederland (SDN)